De provincie Noord-Brabant (Nederland) telt het verkeer op haar provinciale wegen op vaste en tijdelijke locaties, maar niet binnen de bebouwde kom. Een dorpskern kent veel zijstraten en lokaal verkeer, waardoor één telpunt nooit representatief is. Telapparatuur is er bovendien lastig te plaatsen tussen stoepen, parkeerhavens, bomen en lantaarnpalen. Het verkeer op deze stukken wordt daarom geschat: het gemiddelde van de getelde wegvakken aan weerszijden van de kom, plus 10% voor intern verkeer. De vraag was eenvoudig. Hoe juist is die schatting, en hoeveel varieert het verkeer binnen een dorpskern?
"In dorpskernen schatten we het verkeer altijd in, omdat tellen er zo lastig is. Met Telraam konden we het voor het eerst echt meten. De gegevens kwamen goed overeen met onze radartellingen, en lieten zien dat onze schatting voor Diessen te hoog lag." – Peter de Wolff, beleidsmedewerker verkeers- en vervoersinformatie, provincie Noord-Brabant
De provincie koos de kom van Diessen (Hilvarenbeek), waar de N395 door het dorp loopt. Het traject werd opgedeeld in zes wegvakken tussen de belangrijkste kruispunten. Telraam wierf gastgezinnen met een bewonersbrief, beoordeelde elk raam op geschiktheid en installeerde zeven Telraam S2 indoor-sensoren. Eén wegvak kreeg twee sensoren; een andere meting gebeurde net ten oosten van de kom, op hetzelfde wegvak als een tijdelijke radartelling. De eigen tellingen van de provincie aan beide uiteinden van de kom (een permanent telpunt aan de westkant en een wegkantradar aan de oostkant) dienden als referentie. De gegevens werden verzameld van mei tot augustus 2025.
De provincie vergeleek telkens twee opeenvolgende meetpunten, van west naar oost. De etmaalintensiteiten volgden van sensor tot sensor hetzelfde verloop, en kwamen overeen met het permanente telpunt aan de westrand van de kom. Aan de oostkant, waar Telraam en de radar hetzelfde wegvak maten, liepen de kwartiertellingen de hele dag nauw gelijk.
Twee bevindingen springen eruit:
Het netwerk van sensoren maakte ook meetfouten zichtbaar. Waar één sensor enkele dagen een dip liet zien, toonden de buursensoren op dezelfde weg dat het om een meetprobleem ging en niet om een echte daling van het verkeer.
Het belangrijkste resultaat gaat over de schattingsmethode. Op een gemiddelde werkdag schatte de provincie het verkeer in de kom op zo'n 10.200 motorvoertuigen. De Telraam-sensoren in de kom maten er ongeveer 7.750, zo'n 24% minder. Op zaterdag en zondag was het verschil ongeveer 15%.

Telraam gaf de provincie meetgegevens over een stuk weg dat tot nu toe een blinde vlek was. Het toonde aan dat sensoren achter het raam betrouwbare intensiteiten en vrachtverkeercijfers kunnen leveren op plekken waar klassieke telapparatuur moeilijk inzetbaar is. En het gaf een concrete aanleiding om de schatting van komtraverses elders op het provinciale wegennet opnieuw te bekijken. Bovendien tellen de sensoren ook fietsers en bromfietsers, al vielen die buiten deze analyse.